Pers

Reeds in 1966 trok Willem Brons de aandacht van de toentertijd zo fameuze recensent J. Reichenfelt. Naar aanleiding van een recital dat geheel aan composities van Bach was gewijd maakte deze criticus gewag van: “een ongewone, bevrijdende Bachavond.” Hij voegde hier nog aan toe: “Willem Brons leeft zich niet uit in deze muziek, maar beleeft Bach met een grote vanzelfsprekendheid.”

Niet zoveel later signaleerde dezelfde recensent Brons´ grote betrokkenheid en affiniteit met de late Beethoven. Zo schreef hij naar aanleiding van een vertolking van Beethovens Diabelli-variaties: “Velen spelen het oeuvre van de latege Beethoven, maar weinigen zijn geroepen het te kunnen spelen. Willem Brons behoort tot deze zeldzame groep kunstenaars: hij is mentaal verknocht aan Beethovens stijl.”

Over de wijze waarop Willem Brons niet alleen in het verleden maar evenzeer nu nog interpreteert schreef H.J.M. Muller ooit eens: “…hier is niet in de eerste plaats een pianist aan het woord maar een creatieve musicus die zich slechts van zijn instrument bedient om de componist aan het woord te laten, waardoor de kunst van Brons een zeer eigen en persoonlijk accent krijgt waarnaar men geboeid luistert.” Of zoals Rutger Schoute op bondige wijze formuleerde: “het werd een muzikale belevenis … een ondergaan van geestkracht waarvoor men tien recitals waarop alleen maar “piano” gespeeld wordt gemakkelijk cadeau geeft.”

Recital door Willem Brons met werken van Schubert op 24 november 2012

Hoe ontstaat een uitvoering, die eerlijk is en oprecht.

Als het sneeuwt ontdek je de oneindigheid van de hemel

Als vogels zingen ontdek je de diepte van het bos

In de stemmen van de vogels hoor je wellicht een geheimzinnige voorspelling…

Ook de klanken van pianist Willem Brons bewegen zich in de ruimte. Vroeger dacht ik dat hij tijdens zijn spel wel eens niet meer besefte waar hij zich eigenlijk bevond. Ook kwam het wel eens bij mij op dat hij niet over echte virtuositeit beschikt.

Een echte virtuoos is voor het publiek fascinerend en brengt een enorm applaus teweeg. Maar als je de zaal eenmaal verlaten hebt, blijft er niets meer over. Niets blijft je bij. Het is voorbij.

Het programma van Brons bestond uitsluitend uit werken van Schubert: het Allegretto in c klein, de Impromptu in f klein en de laatste sonate in Bes groot.

Aan het begin van het eerste deel komen we in aanraking met tederheid en sereniteit. Er komen associaties met zacht licht in de natuur. Niets klinkt overdreven of gekunsteld. Terwijl iedere noot als het ware gewogen wordt, lost de melancholie van Schubert op in menselijke warmte.

Het tweede deel met zijn lichtvoetige, gebroken octaven in de linkerhand klinkt alsof een onbestemde angst mee trilt. Elke modulatie roept een diepere dimensie op. De persoonlijkheid van de pianist wordt meer en meer tastbaar.

In het derde deel flitsen bescheiden lichtjes en horen we subtiele klokjes. Ik begon me te schamen voor mijn veronderstelling dat Brons niet over virtuositeit beschikt. Maar we moeten dan wel beseffen dat voor een echte virtuoos een enkele misgreep al fataal is.

Met iets dergelijks heeft het spel van Brons niets van doen. Zijn visie overziet het werk als één geheel. Dat is wat ons bij blijft en waar we ons niet van los kunnen maken.

Als men iets te zeggen heeft wat werkelijk belangrijk is en men daarbij ook de moed heeft eerlijk te zijn, dan lijkt het wel alsof je stem niet altijd krachtig is, zelfs als de boodschap indringend is. Dit is iets wat typerend is voor de oprechte maar ook kwetsbare muzikale taal van Willem Brons.

Natuurlijk beschikt Brons over technische vaardigheid, maar deze staat in dienst van iets wat waarachtig is. Hij heeft de moed om muziek te beleven als een geschenk van de natuur.

24 november 2012 Tomiko Umezu

Recensie n.a.v. een uitvoering door Willem Brons van Bachs Goldberg Variaties op 27 juni 2011 Hakuju-Hall te Tokio.

Uitnodiging voor een reis naar de diepte

Een uitvoering van de Goldberg Variaties is als alles onderhevig aan modeverschijnselen en andere inzichten ten aanzien van stijl. Er is grofweg sprake van twee benaderingen: de eerste probeert de authentieke uitvoeringspractijk weer te geven. De andere benadering, die voornamelijk door moderne pianisten nagestreefd wordt, gaat vooral uit van sterke contrasten in tempo.

De interpretatie van Willem Brons vertegenwoordigt geen van beide maar in feite iets geheel anders. Zijn oogmerk is terug te keren naar het eigenlijke uitgangspunt van deze compositie.

Opvallend namelijk was zijn geconcentreerde en consequent volgehouden aandacht voor de beweging en de melodisch expressieve lijn van de bas, vanaf de Aria tot en met de laatste variatie. Een dergelijke interpretatie heb ik nooit eerder gehoord. Geen overdreven aandacht voor de bovenstem maar juist een ideale balans tussen bovenstem en bas. Het perspectief werd hierdoor verruimd: de grandeur van het werk kwam beter tot zijn recht dan ooit tevoren.

Over het geheel nam Willem Brons rustige tempi. Hierdoor nam het werk 90 minuten beslag en dat is ongeveer 20 minuten langer dan normaliter het geval is. Maar het voelde alsof ik uitgenodigd werd voor en deel nam aan een reis door diepe wouden. Dat is iets wat me nooit overkomt bij een uitvoering in de gangbare tempi. Zo werd mij de betekenis van bv. de concertante 14e variatie veel duidelijker en ook waarom deze variatie met zijn heftige dialogen juist hier zo op zijn plaats is. De melancholie en tederheid van de daaropvolgende 15e variatie heeft mijn ziel ten diepste geraaktDoor de interpretatie van Willem Brons heb ik wederom beseft dat Bach in zijn Goldberg Variaties de menselijke gevoelens en zijn eigen wereldbeschouwing op wonderbaarlijk wijze heeft gesublimeerd.

Tokihiko Umezu in het Japanse muziektijdschrift Mainichi Shimbun

Recensie in het tijdschrift Ongaku-no-Tomo door Hiroko Ueda van de integrale uitvoering van boek 1 van Bachs WTK in de Hakuju-Hall te Tokio
De Nederlandse meester-pianist Willem Brons, tegelijkertijd ook befaamd pedagoog, voerde ter gelegenheid van zijn 70e verjaardag het complete 1e boek van Bachs WTK uit, een van de belangrijkste composities uit de gehele literatuur waar hij zich met hart en ziel mee bezig houdt. Na de, enige dagen aan het recital voorafgaande, voordracht over dit werk waarbij zoveel nieuwe ontdekkingen aan het licht kwamen, keek men vol verwachting uit naar dit recital. Om het kort te formuleren: Brons’ vertolking van het WTK leeft en ademt. Daarbij is de interpretatie van het begin tot het eind doordacht, gedetailleerd en volstrekt logisch. Zijn analytische benadering doet denken aan Duitse meesters. Daarbij is zijn benadering eerlijk maar niet (te) zwaarwichtig. Op het ene moment wekt zijn interpretatie de indruk van een intelligent spel, het andere moment klinkt alles zangerig als was het een koraal. Daarbij weerspiegelt zijn spel een menselijke warmte, die rustgevend kan zijn. Hij verdeelt het geheel in zes groepen, die ieder afzonderlijk bestaan uit vier Preludes en Fuga’s, waarbij Brons in zijn lecture er nog op wees dat het getal zes voor Bach een speciale betekenis had. Waarom componeerde Bach anders 6 Franse, 6 Engelse Suites en 6 Partita’s afgezien nog van de 6 Triosonates voor orgel, de 6 Brandenburgse concerten, de 6 Suites voor cello solo en de 6 Suites/Sonates voor viool solo. De relatie met het bijbelse scheppingsverhaal ligt voor de hand: God schiep hemel en aarde in zes dagen!
Maar ook dansen zoals de Sarabande, de Passepied en het Menuet komen tot leven in Brons’ geraffineerde articulaties en fijnzinnig pedaalgebruik.
Een speciaal applaus verdient Yasuko Kurosu voor haar uitstekende vertaling van Brons’ toelichting in het uitgebreide programmaboekje.

Recensie in het tijdschrift Musica Nova door Tamiko Ogura
Willem Brons, een van de meest vooraanstaande meesters in Nederland, gaf een integrale vertolking van Bachs 1e boek van het WTK ter gelegenheid van zijn 70e verjaardag. Zijn weergave getuigde van diepgaand begrip en buitengewone concentratie, met name in een aantal monumentale Fuga’s. Zijn gevoel voor ritme straalt het enthousiasme uit van de jeugd. Mede hierdoor en zijn bijzondere klankvorming wordt de indruk gewekt dat zijn kunst geen einde heeft.
Het concert opende met de Prelude in C groot waarin de schoonheid van de harmonie vergroot werd door aandacht voor subtiele middenstem(men). De sereniteit van de bovenstem kondigde, dankzij de resonans van de harmonieën, reeds aan hoe fantasievol deze avond zou gaan verlopen. De sfeer veranderde plotseling bij de inzet van de donker getinte Prelude in c klein. Onmiddellijk hierop frappeerde het zo zonnige karakter van de Prelude en